Vandaag deden we op onze B3-school Oerlaar een bijzonder experiment: we maakten een soort chocolade van de zaadjes van de lindeboom.
Ik had daar sinds gisteren nog nooit eerder van gehoord en juist daarom maakte het me nieuwsgierig. Het zette me aan het denken over hoeveel mogelijkheden er misschien nog meer verborgen liggen in onze eigen leefomgeving.
In een wereld waarin het heel gewoon is geworden om producten van ver te halen, stonden we vandaag stil bij een andere vraag: hoeveel halen we van ver, terwijl er misschien dichter bij huis alternatieven groeien? Wat is echt van hier? Wat groeit er op deze plek, in dit landschap, en hoe kunnen we ons daar opnieuw mee verbinden?
Die laatste vraag houdt me al langere tijd bezig.
De afgelopen tijd voel ik steeds sterker de behoefte om te wortelen. Om me meer te verbinden met de plek waar ik woon, met dit stukje aarde in Nederland. Om mijn voedsel niet alleen als iets te zien dat ik koop, maar als iets dat een verhaal heeft en waar ik een verbinding mee heb.
Daarom probeer ik steeds vaker lokaal te eten. Door zelf te verbouwen, wild te plukken of producten te kopen bij boeren uit Nederland. Tegelijkertijd kijk ik steeds kritischer naar wat ik consumeer uit andere delen van de wereld.
Niet vanuit oordeel.
Ik wil niemand vertellen wat goed of fout is, en ik zeg ook niet dat ik nooit meer koffie zal drinken of chocolade zal eten. Maar ik merk wel dat ik er anders naar ben gaan kijken. Producten die van ver komen, die veel transport vragen en waarvan de grootschalige teelt niet altijd goed is voor de natuur of de mensen die ze verbouwen, voelen voor mij steeds minder als vanzelfsprekend en steeds meer als iets bijzonders. Misschien zelfs als iets kostbaars, iets waarbij ik me bewuster wil zijn van de mensen, de natuur en de plek waar het vandaan komt, en dat ik daarom met meer aandacht en respect wil consumeren.
Ik ben op een zoektocht.
Een zoektocht naar de vraag hoe onze verre voorouders leefden, in een tijd waarin de wereldhandel nog niet zo verweven was als nu. Natuurlijk werd er waarschijnlijk altijd wel een beetje gehandeld, maar voor het grootste deel leefden mensen van wat hun eigen omgeving hen bood. Welke smaken kenden zij? Wat groeide er in hun directe leefomgeving en op welke manier maakten ze daar gebruik van? Wat waren hun medicijnen, hun bijzondere gerechten en de tradities die hen met hun leefomgeving verbonden?
Vanuit die nieuwsgierigheid ben ik steeds meer gaan kijken met de ogen van een leerling. Ik laat me verrassen door verhalen, oude gebruiken en kennis die ik onderweg tegenkom, en probeer open te blijven voor wat het leven me wil laten zien. Zo kwam ik ook dit idee tegen: je kunt van de zaadjes van de lindeboom iets maken dat verrassend veel op chocolade lijkt.
En dus gingen we aan de slag.
We plukten de lindezaden en roosterden ze 25 minuten in de oven op 180 graden. Daarna maalden we ze fijn. We smolten wat kokosolie (al voelt dat meteen als een mooie herinnering dat ook ik nog midden in dit proces zit, want kokos groeit natuurlijk niet in Nederland. Misschien vind ik daar ooit nog een lokaal alternatief voor).
Vervolgens mengden we de poeder van de gemalen lindezaden met de kokosolie en een beetje honing. Dat mengsel deden we in ijsblokjesvormpjes en lieten we opstijven in de koelkast.
En toen kwam het spannende moment: de proeftest.
Tot onze verrassing smaakte het echt een beetje naar chocolade. Niet exact hetzelfde, maar wel zó dat je de associatie meteen maakt. Een zachte, warme, nootachtige smaak die iets van chocola in zich draagt.
Wat een geslaagd experiment was dit. Waarbij het me niet alleen gaat om het eindresultaat, maar juist om de weg ernaartoe. Het ontdekken vanuit nieuwsgierigheid en daardoor het opnieuw leren kennen van de planten en bomen om ons heen.
Voor mij voelt deze zoektocht als een manier om weer een stukje dichter bij mijn wortels te komen.
Dichter bij de plek waar ik leef en de cycli van de seizoenen.
En dichter bij de mensen die hier vóór ons leefden en die veel beter wisten hoe ze in relatie stonden tot de plek waar ze leefden.
En dat is waar deze zelfgemaakte "lindechocolade" voor mij werkelijk over gaat. Niet over een vervanger voor de chocoladereep uit de supermarkt, maar over de uitnodiging om opnieuw in gesprek te gaan met de plek waar we wonen. Om te ontdekken wat hier groeit, wat hier leeft en hoe wij daar zelf weer deel van kunnen worden.
Om te wortelen en een diepere verbinding aan te gaan met het landschap dat ons draagt.
En hoe leuk is het dan om af en toe verrast te worden door iets heel eenvoudigs, zoals een handje lindezaden dat zomaar naar chocolade blijkt te smaken.
Reactie plaatsen
Reacties