Waar of waarachtig? Over mythe, natuur en de relatie die we zijn kwijtgeraakt

Gepubliceerd op 23 juli 2026 om 16:16

We leven in een tijd waarin we gewend zijn geraakt om de wereld op te delen in waar en onwaar. Iets is feitelijk juist, of het is het niet. Iets bestaat, of het bestaat niet. We willen bewijs, data en meetbare feiten. Wat niet aangetoond kan worden, wordt we al snel in de categorie van geloof of bijgeloof geplaatst. Dit is ook hoe de moderne mens vaak naar mythen kijkt.

Maar ik geloof dat we daarmee iets wezenlijks zijn kwijtgeraakt. Want wat als een mythe niet in de eerste plaats bedoeld is om ons te vertellen wat er letterlijk is gebeurd? Wat als een mythe ons iets probeert te leren over hoe we ons tot de wereld verhouden?

Ik geloof dat de vraag die we aan een mythe stellen daarom niet zou moeten zijn: Is dit waar?
Maar: Is dit waarachtig?

En ik geloof dat dit onderscheid ons kan helpen om opnieuw te begrijpen wat we in onze moderne wereld zijn kwijtgeraakt.

De berg als god of als grondstof
Stel je een berg voor.

In een moderne, economisch industriële blik kunnen we naar die berg kijken en denken aan grondstoffen. Steen, metaal of mineralen. Iets dat gewonnen kan worden en iets met economische waarde. We vragen ons af hoeveel we uit de berg kunnen halen en hoe we dat efficiënt kunnen doen.

Tegenwoordig wordt er steeds meer met een ecologische blik gekeken en dan zien we de berg als onderdeel van een kwetsbaar ecosysteem. We onderzoeken de biodiversiteit, de waterhuishouding en de dieren die er leven. We besluiten misschien dat het gebied beschermd moet worden.

Ik geloof dat er bij deze manieren van kijken een bepaalde afstand blijft bestaan. De berg blijft iets waar wij naar kijken, iets dat we kunnen gebruiken of iets dat we moeten beschermen.

Maar stel dat we zouden geloven dat er een geest in die berg woonde, dat de berg bezielt is.
Dan verandert er iets fundamenteels.
De berg wordt niet langer alleen een object, maar een wezen en een deelgenoot.
Je kunt niet bewijzen dat die geest werkelijk bestaat. Maar het geloof kan er wel voor zorgen dat mensen de berg met eerbied behandelen. Dat ze er geen bomen kappen, geen mijn openen en geen water vervuilen. Niet omdat ze een wetenschappelijk rapport hebben gelezen over biodiversiteit, maar omdat ze een relatie ervaren met de berg.

De uitspraak "Er huist een geest in deze berg" is misschien niet feitelijk aantoonbaar. Maar de waarheid die in het verhaal besloten ligt, kan zijn: "Deze berg is meer dan wat wij kunnen meten.”
En ik geloof dat juist die waarheid van levensbelang is.

De ecologische blik is niet hetzelfde als relatie
Ik vind de ecologische blik ontzettend waardevol. We hebben haar hard nodig. Zonder ecologische kennis begrijpen we niet hoe ecosystemen werken, hoe soorten met elkaar verbonden zijn en hoe kwetsbaar onze leefomgeving is.

Maar ook de ecologische blik kan een bepaalde afstand bewaren.
Tegenwoordig wordt er steeds vaker gezegd: "Dit gebied is kwetsbaar. Daarom mogen mensen er niet komen." Dat kan vanuit de beste bedoelingen volkomen begrijpelijk zijn. Soms is bescherming noodzakelijk.
Maar tegelijkertijd ervaar ik daarbij een paradox.

Als mensen geen toegang meer hebben tot een landschap, kunnen ze er ook geen relatie mee opbouwen.
Ze leren het niet kennen.
Ze voelen niet hoe het verandert met de seizoenen.
Ze zien niet welke dieren er leven.
Ze ruiken de geur niet meer en ze horen de geluiden niet meer.

Ik geloof dat dit uiteindelijk niet houdbaar is, want hoe kunnen we werkelijk leren zorgen voor iets waarmee we geen relatie hebben?

De mens die buiten de natuur is komen te staan
Ik ben ervan overtuigd dat dit de wortel is van alle problemen van onze tijd.

We zijn de mens en de natuur uit elkaar gaan denken. We spreken over "de mens" en "de natuur" alsof het twee verschillende werelden zijn.

Maar waar komt de mens vandaan?
Wij zijn natuur. Ons lichaam is natuur. Onze ademhaling is natuur. We komen voort uit de aarde en we keren daar ook naar terug. Onze bacteriën, onze cellen, onze emoties, onze geboorte en onze dood maken allemaal deel uit van dezelfde levende wereld.
Toch zijn we onszelf steeds meer gaan zien als buitenstaanders.
Als gebruikers in het slechtste geval en als beheerders in het beste geval.
En ik geloof dat we onszelf daarmee op een fundamenteel verkeerde plek hebben gezet.

De vraag moet in mijn ogen daarom ook niet zijn:"Hoe beschermen we de natuur tegen de mens?"
Maar:"Hoe kan de mens opnieuw een gezonde plek innemen op de aarde?”

Een vraag die niet alleen om kennis vraagt, maar om relatie.

De mythe als relatie
Veel oude mythen vertellen niet zozeer wat er in de wereld is. Ze vertellen hoe alles met elkaar verbonden is.
De rivier heeft een geest.
Het bos heeft een ziel.
De dieren zijn verwanten.
De planten zijn broers en zussen.
De voorouders leven voort in het landschap.
De aarde is onze moeder.

Of deze verhalen letterlijk te bewijzen zijn, is niet de belangrijkste vraag.
Wat belangrijk is, is wat er gebeurt als we ze geloven.

Een rivier die een geest heeft, is geen water dat je onbeperkt kunt vervuilen.
Een bos dat heilig is, is geen verzameling bomen die je naar believen kunt kappen.
Een dier dat verwant is, is geen product.

De mythe creëert een relatie.
En ik geloof dat dit precies is wat onze moderne wereld zo hard nodig heeft.

Het vrouwelijke: de kracht van relatie
Wanneer ik nadenk over wat we in onze moderne wereld zijn kwijtgeraakt, kom ik steeds terug bij het vrouwelijke.

Niet het vrouwelijke als synoniem voor vrouwen en ook niet als rivaal van het mannelijke.
Het vrouwelijke is voor mij een kracht die in ieder mens aanwezig kan zijn, ongeacht geslacht. Het is de kracht van ontvankelijkheid, intuïtie, verbinding en het vermogen om te luisteren. Het is het vermogen om niet alles onmiddellijk te willen beheersen of verklaren, maar eerst aanwezig te zijn en te voelen wat er gebeurt.
Het is de wijsheid van het lichaam, van de cyclus en van geboorte en dood.
Van het weten dat groei niet lineair, maar cyclisch is.
Van het besef dat dat wat waardevol is niet meetbaar hoeft te zijn.

Het heilige vrouwelijke vraagt niet: "Hoeveel kan ik hieruit halen?"
Het vraagt: "Hoe verhoud ik mij hiertoe?"

En juist daarin zie ik een belangrijke sleutel voor onze tijd.
Want het vrouwelijke is eeuwenlang verbonden geweest met datgene wat niet volledig controleerbaar is: geboorte, vruchtbaarheid, seksualiteit, intuïtie, het lichaam, de natuur, de maan, het mysterie, leven en dood.
Wat niet volledig beheersbaar is, werd in een steeds rationeler en patriarchaler wordende wereld steeds meer iets om te controleren.
En wat niet meetbaar was, werd steeds minder serieus genomen.
Daarmee verloren we niet alleen de waardering voor vrouwen. We verloren ook de waardering voor een hele manier van weten.
Een manier van weten die niet tegenover de ratio staat, maar haar aanvult.
Een manier van weten die zegt: "Ik kan dit misschien niet bewijzen, maar ik voel dat hier iets gebeurt."
Dat gevoel is niet per definitie irrationeel. Het kan voortkomen uit jarenlange ervaring, subtiele waarneming, verbondenheid en een diep luisteren naar wat zich om ons heen afspeelt.

Het vrouwelijke brengt ons terug naar die vorm van weten. Niet om de wetenschap te vervangen, maar om ons eraan te herinneren dat de werkelijkheid groter is dan wat wij kunnen meten.

Waar versus waarachtig
Misschien hebben we in onze moderne samenleving twee begrippen door elkaar gehaald; Waar en waarachtig.

Waar gaat over feitelijkheid.
Is het gebeurd? Bestaat het? Kunnen we het meten?

Waarachtig gaat over iets anders.
Is het trouw aan een diepere werkelijkheid? Is het betekenisvol? Draagt het bij aan verbondenheid? Helpt het ons om op een zorgzame manier te leven?

Een mythe over een berggod kan letterlijk niet bewezen zijn en toch een waarachtige boodschap bevatten: "Deze berg is niet van ons om te bezitten.” En "Je kunt niet eindeloos nemen zonder iets terug te geven."

Het beeld van Moeder Aarde is misschien geen wetenschappelijke beschrijving, maar het drukt wel iets waarachtigs uit: "Wij zijn volledig afhankelijk van iets dat groter is dan wijzelf."

Dat zijn geen leugens of onwaarheden.
Het zijn symbolische waarheden.
Waarheden die niet zozeer vertellen hoe de wereld werkt, maar ons helpen herinneren hoe wij ons tot die wereld zouden moeten verhouden. En juist daarom geloof ik dat we het woord waarachtig opnieuw nodig hebben. Want iets kan feitelijk correct zijn en toch een destructieve relatie met de wereld voortbrengen. En iets kan feitelijk niet bewezen zijn en toch een relatie voortbrengen die leven beschermt.

Wat zijn dan onze moderne mythes?
Wist je dat wij helemaal niet zijn gestopt met het maken van mythes. We hebben ze alleen veranderd.

De oude mythe zei: "De berg is heilig."
De moderne mythe zegt: "De berg is een grondstof."

Geen van beide zijn uitsluitend een feitelijke beschrijving. Het zijn manieren om naar de wereld te kijken.

Het verschil is dat de moderne mens zijn eigen mythen niet meer als mythen herkent.
We denken dat geld vanzelf waarde heeft.
Dat economische groei vanzelf goed is.
Dat vooruitgang altijd vooruitgang is.
Dat de markt een soort natuurkracht is.
Dat efficiëntie een deugd op zichzelf is.
Dat wat meetbaar is belangrijker is dan wat niet meetbaar is.

Maar ook dit zijn verhalen die wij elkaar vertellen.

De “oude” mythen terughalen
Ik denk niet dat we simpelweg zomaar terug kunnen naar een wereld waarin iedereen weer gelooft dat iedere berg letterlijk een geest heeft.

En misschien hoeft dat ook niet.
Het gaat niet om het terughalen van oude goden. Het gaat om het terugvinden van de manier van kijken en leven die achter die verhalen schuilgaat.

Een manier van kijken en leven waarin de wereld niet uit objecten bestaat, maar uit relaties.
Waarin we niet alleen vragen: "Wat is dit?"
maar ook:
"Wat betekent mijn aanwezigheid hier?"
"Wat vraagt deze plek van mij?"
"Wat kan ik geven, in plaats van alleen nemen?"

Daarom geloof ik ook dat het waardevol is om ons wel opnieuw te verdiepen in de “oude” mythen. Niet om ze allemaal letterlijk te gaan geloven, maar om te luisteren naar wat ze ons vandaag nog te vertellen hebben. Ze zijn ontstaan uit een wereld waarin de mens zichzelf nog veel meer als onderdeel van een groter geheel zag. Een wereld waarin natuur, mens, dier, leven en dood niet los van elkaar stonden, maar voortdurend met elkaar in relatie waren.

De oude mythen zijn voor mij geen gebruiksaanwijzingen die ons precies wat we moeten doen.
Ze zijn eerder een soort routekaart die niet alleen ons verstand aanspreekt, maar ook ons hart. Een kaart die ons iets laat voelen. Die ons herinnert aan iets wat we diep vanbinnen nog weten, maar wat we in onze moderne wereld gemakkelijk vergeten. Die oude mythes geeft ons taal voor dat wat we soms nog voelen zonder dat we er de woorden voor hebben. Ze brengt ons terug naar relatie, naar verwondering en naar het besef dat we niet losstaan van wat ons omringt.

En dat is voor mij de terugkeer van het vrouwelijke. Niet als een terugkeer naar het verleden, maar als een beweging naar een andere toekomst.
Een toekomst waarin het ontvankelijke niet langer zwak is.
Waarin intuïtie niet langer wordt weggezet als irrationeel.
Waarin zorg belangrijker is dan productie.
Waarin cyclische tijd opnieuw betekenis krijgt.
En waarin we opnieuw leren dat leven niet gaat over beheersen, maar over ontvangen.

Want wanneer we opnieuw leren leven vanuit relatie, verwondering en ontvankelijkheid, openen we ons opnieuw voor het heilige dat altijd al om ons heen en in ons aanwezig is geweest.

Het heilige begint waar het object ophoudt
Het heilige is datgene wat we niet volledig kunnen reduceren tot een object.

Een mens is meer dan arbeid, een dier is meer dan vlees, een rivier is meer dan water, een bos is meer dan hout, de aarde is meer dan grondstof.
En misschien is het heilige precies datgene wat ons eraan herinnert dat wij niet losstaan van de wereld waaruit we voortkomen.
Dat wij geen gebruikers zijn maar deelnemers en verwanten.
Onderdeel van een groter geheel.

Nieuwe verhalen
Ik geloof dat we vandaag niet zozeer behoefte hebben aan een terugkeer naar oude religies.

We hebben behoefte aan nieuwe verhalen.
Verhalen waarin de mens niet de heerser over de aarde is, maar onderdeel van een levend web.
Waarin de dood niet het tegenovergestelde van leven is, maar onderdeel van de cyclus.
Verhalen waarin groei niet eindeloos is, waarin kwetsbaarheid geen zwakte is en waarin zorg belangrijker is dan productie.
Verhalen waarin intuïtie niet het tegenovergestelde is van kennis, maar een andere manier van weten.

En die verhalen ontstaan niet aan een bureau of in politieke debatten. Ze ontstaan wanneer we de aarde opnieuw leren bewonen.

Een plek werkelijk bewonen betekent meer dan ergens verblijven. Het betekent ergens aankomen, aanwezig zijn. Een plek leren kennen met je zintuigen, je lichaam en je aandacht. Weten hoe het licht door de bomen valt in de ochtend. Weten wanneer de eerste vogels terugkomen. Voelen hoe de lucht verandert voordat de regen komt. Zien hoe een landschap leeft, sterft en opnieuw begint.

Bewonen betekent dat een plek niet langer zomaar een plek is. Het wordt jouw plek.
Niet omdat je het bezit, maar omdat je er een relatie mee hebt opgebouwd.
En daar is waar het begint. Niet met een nieuw geloof dat ons van buitenaf wordt aangereikt, maar met opnieuw leren luisteren naar wat er al die tijd om ons heen is geweest.

Om werkelijk te kunnen luisteren naar de wereld, moeten we ook opnieuw leren luisteren naar onszelf, naar ons lichaam. Want ook ons lichaam zijn we steeds meer als een object gaan behandelen. Als een voertuig waarin we tijdelijk rondrijden, iets dat we moeten onderhouden, optimaliseren, trainen, repareren en verbeteren. 
Het lichaam is geen voertuig dat onze geest ergens naartoe brengt. Het is de plek waar wij leven, waar we voelen, waar we verlangen en liefhebben.
De plek waar we rouwen, waar we intuïtie ervaren en waar we de wereld ontmoeten.

We zijn geen hoofden op pootjes. Toch hebben we wel geleerd te leven alsof we dat zijn.
We denken ons door het leven heen. We analyseren, plannen, meten en beoordelen. We proberen de wereld vanuit ons hoofd te begrijpen, terwijl ons lichaam ondertussen allang iets anders weet.
Het lichaam spreekt voortdurend, maar we zijn verleerd om te luisteren.
Het lichaam is de plek waar we weer kunnen leren bewonen wat we zo lang hebben verlaten.
Onszelf, de aarde en het hier en nu.

Het lichaam is onze poort naar relatie.
Wanneer we weer leren luisteren naar ons lichaam en via ons lichaam naar de meer-dan-menselijke-wereld buiten ons, dan ontstaat er misschien ruimte voor een nieuwe mythe.
Niet bedacht of opgelegd, maar geboren uit ervaring, aandacht en aanwezigheid.
Uit het opnieuw bewonen van de wereld.

Want wanneer je werkelijk een relatie aangaat met een plek, verandert die plek en verander jij.
Je kijkt anders, je luistert anders en je voelt anders.
En ergens tussen dat luisteren en dat voelen ontstaat betekenis. Daar ontstaat opnieuw het heilige.
Niet omdat iemand ons vertelt wat we moeten geloven, maar omdat we het zelf ervaren.

Waarachtig leven
Dus wat mij betreft, is de vraag niet of een mythe letterlijk waar is.
De vraag is wat de mythe met ons doet.
Maakt ze ons kleiner of groter?
Maakt ze ons hebzuchtiger of zorgzamer?
Brengt ze ons verder van de wereld of dichterbij?
Leert ze ons nemen, of leert ze ons wederkerigheid?
Leert ze ons beheersen, of leert ze ons luisteren?
Een mythe is waarachtig wanneer ze ons helpt om een werkelijkheid te zien die we met onze rationele blik alleen niet volledig kunnen bevatten.

Dat wij geen losstaande individuen zijn, maar belichaamde wezens.

We zijn natuur die zichzelf ervaart en we zijn onderdeel van hetzelfde levende web.

En ik geloof dat de wereld nu van ons vraagt om dat opnieuw te herinneren.
Niet alleen met ons hoofd, maar met ons hele lichaam.

Door weer werkelijk aanwezig te zijn, door te luisteren.
En door opnieuw te ervaren dat het heilige iets is waarvan we altijd al deel zijn geweest.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb